film en televisie

Rob: You could have a costume drama here, couldn’t you?
Steve: I would just love to do a costume drama in these hills, leaping, vaulting over dry stone walls with a scabbard, with that dead look in my eyes, ’cause I’ve seen so many horrors that I’m sort of immune to them, and they always say something like, “Gentlemen, to bed! For we leave at first light. Tomorrow we battle, and we may lose our lives. But remember: death is but a moment. Cowardice is a lifetime of affliction.”
Rob: Nice.
Steve: To bed, for we rise at daybreak!
Rob: Very good. Very impressive.
Steve: But they always leave at daybreak. They never leave at, you know, nine-thirty. “Gentlemen to bed, for we leave at nine-thirty!”
Rob: Ish.
Steve: Ish. “Gentlemen to bed, for we rise at… What time is the battle? About, oh, twelve o’clock? Twelve o’clock. How is it on horseback, about three hours? So we leave about eight, eight-thirty?”
Rob: Eight-thirty for nine.
Steve: “Gentlemen, to bed! For we leave at eight-thirty for nine. And we rise at just after day- seven-thirty, so just after daybreak. Gentlemen to bed, for we leave at nine-thirty on the dot. On the dot.”

Steve Coogan en Rob Brydon, The Trip

Quote
mijn boeken

Boek #4

IMG_4310

Ik schrijf aan een nieuwe roman. Ik nam onbetaald verlof op bij NRC en werk er deze lente en zomer aan. Waar het over gaat, dat vormt zich nu langzaam. Maar ik heb een idee van wat er op de achterflap zou moeten staan, wat betekent dat ik in essentie weet wat ik wil zeggen. De rest zoek ik uit op dagen zoals laatst, toen ik om tien over zeven ‘s ochtends al in de woonkamer luchtgitaar stond te spelen op ‘Silly Love Songs’ van Red House Painters.

Standard
mijn boeken

Kostelijk

Ik zet even op een rij wat tot nu toe, anderhalve week na de release, de reacties zijn geweest op We vergaten te voetballen, mijn boek over hoe trainers en voetballers praten. Dat is wat narcistisch misschien, maar aan de andere kant, dit is mijn blog.

Op 4 mei was ik ‘s ochtends telefonisch te horen bij Radio 10, waar ook een ‘gedicht’ uit het boek voorgedragen werd.

Die vrijdag was ik te gast bij The Friday Move, het radioprogramma van Wilfred Genee bij BNR. Arnold Karskens was er ook, net als oud-wielrenner Bart Voskamp. Voskamp sprak over de Giro en ik over het voetbaltaaltje. Karskens liet weten wat hij van voetbaljournalistiek vindt. Vanaf minuut 84.

De volgende ochtend: Frits Spits van De Taalstaat, Radio 1. Ik kwam binnen, Frits groette me en een kwartier later hadden we het item opgenomen. Ik was onder de indruk van zijn vakmanschap. En het hielp dat hij m’n boek meteen in de intro ‘hilarisch’ noemde. Hier het item.

En toen Spijkers met Koppen, Radio 2. Lekker in het centrum van Utrecht op een zonnige zaterdagmiddag. Met Felix Meurders en de in alle opzichten rappe Dolf Jansen. En met fragmenten van pratende voetballers. Hier te luisteren, vanaf minuut 30 ongeveer.

Ten slotte: afgelopen weekend kwam het boek langs in de taalcolumn van Jaap de Berg in Trouw. “Kostelijk werkje trouwens”, schrijft hij.

Trouw-wvtv

Standard
andere dingen

Oma

Oma raakte opa al vroeg kwijt. Hij stierf in 1993, toen ik tien was. Opa was een landmeter, iemand die stukken land in kaart brengt. Van hen tweeën samen herinner ik me een specifiek beeld: dat ze weer in de auto stapten na een bezoek aan ons. Hij ging achter het stuur zitten en zij ernaast, en dan reden ze de straat uit. Bij een zinsnede als ‘het einde van de straat’ of ‘de straat uit rijden’ is dat nog altijd wat ik voor me zie: dat opa en oma dat doen, eerst een half rondje om de parkeerplaatsen heen, dan verderop de snelheidsheuvels, en aan het eind rechtsaf, mijn beeld uit.

Oma woonde in een flat in Almelo. Ze had vaak Classic FM opstaan. Ze had een parkiet, Pietje, een reeks encyclopedieën op alfabet en een wieg van Newton, zo’n ding met aan draadjes hangende balletjes. Als je een van de buitenste tegen de rest liet aantikken, tikte het balletje aan de andere kant terug.

In haar garage stonden twee fietsen die we konden lenen als we bij haar waren. Die garage was een wonderlijke plek. Er stond al jaren geen auto meer in, maar er was nog wel een werkbank van opa en er lag veel gereedschap. Ik herinner me ook spaarboekjes van benzinestations die niet meer bestaan, en die me het gevoel gaven dat ik op een plek was waar een voor mij onbekend verleden nog tastbaar was.

Oma was een dame, deftig als een koningin. Ze hield van mooie kleren en sieraden.

We waren eens bij haar in de zomer, en we hadden ijsjes gekocht. Een nieuw soort ijsje, rechthoekig met aan de ene kant een chocoladelaag en aan de andere kant een groot stuk biscuit. Maxibonnen, heetten ze. En oma vroeg: zijn er ook minibonnen?

Ze kwam vaak bij ons logeren in die jaren dat ze zonder opa was. Mijn vader haalde haar dan met de trein op uit Almelo. Dan was ze er een week lang als ik uit school kwam. Of het was kerstvakantie en we waren veel thuis. Oma hield ervan te helpen in huis. Ze stond bij mijn moeder in de keuken tijdens het koken, of dekte de tafel alvast. Ik kan haar stem nog horen als ze ons van onderaan de trap riep: komen jullie eten?

Oma kon mooi en gul lachen. Het was een vrolijke oma. Ze kon grappig zijn.

Ze werd ziek de afgelopen tijd. Erg ziek. In januari werd besloten dat ze voor de kanker in haar been zes weken lang elke werkdag bestraald zou worden. Ze had suikerziekte, veel langer al. De bestraling hielp niet. Alles stapelde zich op. Oma wilde niet meer.

Op de dag van haar dood, afgelopen maandag, liet ze de dominee nog een laatste keer komen. Verward en op het randje van opgeven had ze om opa gevraagd. Om half acht ‘s avonds overleed ze.

Een paar jaar geleden verhuisde ze naar Zeeland, waar mijn oom en tante wonen. Een kleiner appartementje met hulp aan huis. Twee jaar terug, toen ze tachtig werd, gingen we daar op een zondag met z’n allen naartoe. Dat wist ze niet, dat we zouden komen. We stapten gewoon naar binnen en liepen op haar af. We aten broodjes en ik keek in fotoboeken. Ze was al zwakker toen, dat kon je goed zien. Mensen worden ouder. Aan het eind van de middag, toen we op het punt stonden weer weg te gaan, wreef ze me zomaar over mijn arm en leek ze te willen zeggen: kiek ‘ns an, je bent al groot. Je staat hier al een man te zijn.

Ze stond te wuiven bij het raam toen we wegreden.

Standard
andermans boeken

“I will,” I say. I stand there wanting to say something else. But I don’t know what. We keep looking at each other, trying to smile and reassure each other. Then something comes into her eyes, and I believe she is thinking about the highway and how far she is going to have to drive that day. She takes her eyes off me and looks down the road. Then she rolls her window up, puts the car into gear, and drives to the intersection, where she has to wait for the light to change. When I see she’s made it into traffic and headed towards the highway, I go back in the house and drink some coffee. I feel sad for a while, and then the sadness goes away and I start thinking about other things.

Raymond Carver – ‘Boxes’

Quote
mijn boeken

We vergaten te voetballen

We vergaten te voetballen - coverIk heb een nieuw boek geschreven, en het komt al bijna uit. Over Johan Cruijff, Louis van Gaal, Frank Snoeks, Sjaak Polak, Johan Derksen, hoog in de concentratie zitten, door de ondergrens zakken – en over dit interviewtje met Frank de Boer. Over, kortom, het merkwaardige taaltje van de voetbalwereld.

We vergaten te voetballen: taalvondsten en versprekingen in de voetbalsport is vanaf volgende week te koop. Het boek kost 15 euro. (Máár 15 euro!) Je kunt het al reserveren bij bol.com of Libris. Of loop ergens volgende week een (stations)boekwinkel binnen.

Zit je op Goodreads? Hier de pagina van het boek. Hier nog wat meer info erover, en klik hier als je contact met me wil opnemen.

Standard
alledaagse dingen

Koelkast

We werden midden in de nacht wakker van een geluid een verdieping lager. Hoorde jij dat ook, vroeg mijn vriendin. Ik keek naar het voeteneind van het bed, dat leeg was, en zei: de poes is daar. Ik liep de trap af, in de richting van het geluid, en zag de koelkastdeur openstaan. Het is geen enorm zware deur; als je een paar kilo gewicht hebt om mee aan het handvat te hangen, en een IQ van 120, dan kun je hem ook als kat openkrijgen. Ze had een van de bakken eruit getrokken. Daar zat de kaas in, en een flesje sojasaus dat nu lekte op de keukenvloer. Het was een klein, zwart plasje. De poes keek ernaar. Het was alsof ze een betere oogst had verwacht.
Nu hebben we een kinderslot op de koelkast. Je wint eigenlijk nooit van d’r, je kunt hoogstens gelijkmaken.

Standard
muziek

Glen Hansard

Het was de tweede keer dat ik in de Ronda was, de zaal van TivoliVredenburg waarvoor je eerst twee trappen op moet, en waar dan naast de deur zo’n jaren 50-aankondigingsbord staat met de artiest van de avond. Tonight: Glen Hansard. Sing your melody and I’ll sing mine.
Even dacht ik dat het een van de beste concerten van m’n leven zou worden, bij een grandioze uitvoering van ‘When You’re Mind’s Made Up’, met blazers en strijkers. Dat viel achteraf wel mee, maar het was goed als altijd. Ik moest weer denken aan die eerste keer, dat ik ooit een keer naar U2 wilde en er om zes uur ‘s ochtends voor in de rij ging staan bij het postkantoor, en toen waren de kaartjes weg voor ik aan de beurt was, zodat ik in plaats daarvan maar kaartjes voor The Frames in Paradiso kocht.
Hansard was op z’n gemak, dat kon je zien. Hij grapte, vertelde verhalen over een dagje banjo spelen in Maroon 5 en de drinkende mannen die zijn vader vroeger meenam naar huis, en die hij z’n ‘druncles’ noemde. Ik genoot ervan, we lachten. Never missed a day of work in his life, zei hij om een liedje over zijn hardwerkende vader in te leiden. En toen: Which is not true. But, you know, on average.
Zijn solowerk is goed, echt heel goed, maar ik hoopte ook op liedjes van The Frames. Tegen het eind zette Hansard ‘Fitzcarraldo’ in, en toen volgde een blok van nog drie Frames-nummers, met als laatste ‘Star, Star’. Hansard ging al zingend en gitaar spelend op het podium liggen. Ik hoopte dat het, zoals vaak als ze het live doen, zou overgaan in het stukje ‘Pure Imagination’ uit Charlie and the Chocolate Factory, wat gebeurde, en toen in ‘Hotellounge’ van dEUS, wat ook gebeurde, en dan ook nog in ‘Most Beautiful Widow in Town’ van Sparklehorse, wat óók gebeurde, en ik zong hard mee omdat het zich allemaal zo fantastisch opstapelde.

Dit is de live-uitvoering van ‘Star, Star’ die ik bedoel, hier gespeeld op Pinkpop in 2005. Als je The Frames niet kent, maar het wel wil leren kennen, kun je het best bij hun live-album Set List beginnen. Hansards solo-albums zijn meer folky/bluesy. Zie bijvoorbeeld het geweldige ‘Bird of Sorrow’ bij Letterman. Excuses voor al dat namedroppen.

Standard
andermans boeken

Gedurende die maanden ontdekte ik de grote kracht van de routine en de herhaling. Ik deed elke dag exact hetzelfde zodat ik daar verder geen energie aan hoefde te besteden en me puur op het schrijven kon concentreren. En ook dat haalde zijn kracht uit diezelfde bron, want wat drie pagina’s op een dag waren, werden driehonderd pagina’s in honderd dagen en meer dan duizend in een jaar. De letters op het toetsenbord raakten langzamerhand versleten volgens een voor mij verborgen systeem, sommige straalden na een half jaar nog helder en onberoerd terwijl andere al bijna helemaal verdwenen waren. Maar de routine had nog een functie, ze beschermde me er namelijk tegen wat ik schreef van buitenaf te zien. Dankzij de routine bevond ik me elke dag weer in hetzelfde.

Karl Ove Knausgård – Schrijver

Quote